Het helperssyndroom zorgt voor verdriet...

Het helperssyndroom is een syndroom waar je zo maar mee te kampen kan hebben. Zo ook Maarten, een doodgoeie vent met een hart van goud. Hij voelt zich geroepen om licht op aarde te verspreiden en daar is hij maar druk mee, want ja er is nogal wat ellende. Als een bezige bij rent hij van hot naar her. Een zakdoekje hier, een schouder daar en natuurlijk altijd het luisterende oor. Hij geeft en geeft en geeft van zichzelf. Dat niet alleen, hij doet zijn uiterste best en draagt ook mee met het leed van de ander.

Het helperssyndroom

Op een dag is het op. Hij kan niet meer. Uitgeput en leeg gegeven komt hij bij mij. Met een blik vol wanhoop kijkt hij mij aan. ‘Mahatma, ik geloof dat ik last heb van het helperssyndroom. Maar wat is dat helperssyndroom eigenlijk en hoe kom ik er van af? Ik ben ook zo moe. Houdt de ellende dan nooit op? Ik weet dat ik ben gekomen om het leed te verzachten hier op aarde en dat wil ik zó graag. Hoe doe jij dat dan? Heb jij geen helperssyndroom?’

Gestoei met het Helperssyndroom

Ik kijk naar hem. Daar zit hij dan, een boom van een vent. Het lijkt wel alsof hij al het leed van de wereld torst. ‘Nee lieverd, ik heb dat helperssyndroom lang geleden losgelaten, want ik kwam er achter dat dat niet werkte. Ik raakte er, net als jij nu, uitgeput van en de ander werd er eerlijk gezegd niet beter van. Ik heb wel behoorlijk gestoeid met het helperssyndroom.’

Met het helperssyndroom houd je patronen in stand

‘Stap voor stap kon ik inzien dat ik daarmee de patronen van de ander en van mijzelf in stand hield en dat dat niet echt helpen was. Mijn eigen patroon was, dat ik mij daardoor groter maakte en de ander kleiner. Dit kwam voort uit mijn jeugd, waarin ik als kind mijn moeder heb proberen te redden. Met een alcoholist als man die agressief was als hij gedronken had, had zij het zwaar. Iets in mij besloot toen dat ik haar zou redden. Dat kon natuurlijk helemaal niet, want ik was maar een kind. Zo blies ik mijn eigen ego op en maakte ik mijzelf groter dan mijn moeder. Met die opgeblazen lucht van alles en iedereen willen redden ben ik toen door het leven gegaan. Altijd denkende aan een ander, altijd de gaten proberen te dichten van een ander. Ik werd er zelf echter niet zo gelukkig van en het ergste was dat het de ander niet hielp.’

Ik ben zwak…

‘Aha zegt Maarten. Daar komt dat helperssyndroom vandaan. Nu snap ik het. Maar als ik die mensen niet meer probeer te redden wie doet het dan?’ vraagt hij aan mij. ‘Er zijn mensen die denken dat ze zwak zijn en die denken dat anderen hun ellende moeten oplossen. Dat is het andere patroon’ leg ik uit. ‘Zij hebben als kind niet genoeg liefde, aandacht en veiligheid gekregen of ze zijn altijd klein gehouden, waardoor ze dat als hun waarheid zijn gaan aannemen. Dat is natuurlijk een grote illusie. Door dat te denken blijven ze vastzitten in het klein zijn. Ieder mens heeft een kracht in zich, maar het ego houdt van klein zijn en zal zich tegen die kracht verzetten. Soms moet je werkelijk op jezelf komen te staan om je dan dwars door de pijn heen te verheffen. Groter worden dan je denkt te kunnen zijn. Dat maakt iemand sterk en oneindig krachtig.

Die twee patronen houden elkaar dus zo in stand. Het is een evenwicht waar niemand blij van wordt.’

Een rups ontpopt zich en wordt een vlinder

Net als een rups die een vlinder wordt

‘Net als een rups die zichzelf ontpopt om te kunnen vliegen, moeten wij mensen dat af en toe ook doen. Het moment dat je een rups bij dit proces wilt helpen, ontneem je hem zijn kracht en ontwikkelen de vleugels zich niet sterk genoeg, waardoor de vlinder uiteindelijk niet kan vliegen.
Om dus bij iemand aanwezig te zijn met een hart vol liefde en vol overgave, zonder iets te doen, vraagt moed en is het grootste geschenk dat je iemand kunt geven. Jij ziet die ander in haar of zijn kracht, terwijl die persoon dat zelf nog niet eens kan zien.

Dat is jouw licht laten stralen. Dat is het helperssyndroom voorbij.’

Ik hoef die pijn niet over te nemen?

Maarten kijkt mij intens aan. ‘Ik hoef dus niets te doen, ik hoef die pijn niet over te nemen?’ vraagt hij nog een keer ten overvloede. ‘Nee Maarten, laat dat helperssyndroom nu maar lekker los. Het is gewoon tijd om te genieten. Dat is ook jouw licht laten stralen.’
‘Genieten’, zegt hij peinzend. ‘Kan het leven zo simpel zijn en vervul ik dan mijn missie wel?’ ‘Als jij vanuit je hart leeft en kunt genieten van hetgeen je doet, dan is dat je licht laten schijnen. Het is eigenlijk zo simpel’ zeg ik.

De trilling van geluk

‘Als mensen dan bij jou in de buurt zijn, dan worden ze als vanzelf al blijer doordat ze jouw trilling ervaren. Dat is de trilling van genieten, van geluk. Als jij op de trilling van de ellende van de ander gaat zitten, dan word jij er verdrietig en ellendig van en je ontneemt de ander de kans om te groeien. Dus ja, zo simpel is het.’

Maarten ademt diep in en uit en langzaam verschijnt er een lach op zijn gezicht dat eerder nog zo troosteloos keek. ‘Oké dan’ zegt hij. ‘Genieten kan ik wel, daar ga ik voor. Het leven is een feest en ik ga nu zelf de slingers ophangen. Dank je wel Mahatma, zo kan ik weer verder’ zegt hij en vertrekt dan opgelucht.

‘Zo is het’ denk ik bij mijzelf en ontspannen ga ik verder met mijn dag.

Ik gun jou dat jouw leven een feestje mag zijn en dat jij zelf je slingers ophangt.

Op jouw genieten,

Mahatma

Als het tijd voor jou is om jouw leven te veranderen, kijk dan eens   bij dit event. Dat kan je leven in een snel tempo verlichten.